Zondag Judica, naar de uitroep “Doe mij recht, Heer!“, is de laatste zondag in de veertigdagentijd voordat op Palmzondag de Goede Week begint. We vieren de Martinidienst van zondag 18 maart 2018 om 11:30 uur met voorganger Ynte de Groot, die tot 2015 als predikant verbonden was aan de wijkgemeente De Fontein (Selwerd/Paddepoel). Medewerking aan de dienst wordt verleend door de Cantores Sancti Martini onder leiding van Leo van Noppen en organist Henk de Vries.
De lezingen zijn uit Jeremia 31, over het nieuw te sluiten verbond met het volk van Israël, en uit Johannes 12, waarin Jezus uitspreekt dat de tijd gekomen is dat de Mensenzoon tot majesteit wordt verheven. Waarna hij meteen vervolgt: “Als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het één graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht. Wie zijn leven liefheeft verliest het, maar wie in deze wereld zijn leven haat, behoudt het voor het eeuwige leven.”
Volgelingen van Jezus, die in groten getale zijn toegestroomd, worden gevoed met de vijf broden en de twee vissen die één jongen heeft meegebracht. En dat blijkt ruimschoots voldoende voor iedereen, te oordelen naar de manden met de overgebleven stukken brood. Ook in de Martinidienst delen we ruimhartig met elkaar van wat ons gegeven wordt: brood en wijn, tot gedachtenis van Hem die gezegd heeft: “Ik ben het brood dat leven geeft” (Johannes 6:48).
De vastentijd stelt kritische vragen aan ons: wij bezinnen ons op leefstijl en leefpatronen, waar leef je van, uit welke bronnen put jij, wat hebben wij echt nodig en wat kunnen wij delen met elkaar. Ten aanzien van alle scheefgroei tussen arm en rijk heeft Gandhi eens gezegd: “Op deze aarde is genoeg voor ieders behoeften, maar niet voor ieders hebzucht”.
In de eerste zondag van de Veertigdagentijd in de aanloop naar Pasen 2018, op zondag 18 februari, lezen we gedeelten uit de oudste geschiedenisvertelling van het joodse volk, uit het boek Genesis, waarin het verhaal van de zondvloed centraal staat: de vloed die veertig dagen lang de aarde overstroomde terwijl Noach met zijn gezin en dieren in de Ark verbleef. En uit het Marcusevangelie lezen we over het verblijf van Jezus in de woestijn, veertig dagen lang, waar hij door Satan op de proef werd gesteld.
Je kunt barmhartigheid op vele manieren geven en ontvangen. Maar dit laatste botst ook wel eens met onze – zelf opgelegde – zelfstandigheid van ‘alles zelf kunnen’. Aan de andere kant word je ook wel eens over het hoofd gezien of ‘niet gezien zoals je bent’.
In de Martinidienst van de vijfde zondag van Epifanie, op 4 februari 2018 om 11:30 uur, komt een van de vele genezingsverhalen uit de evangeliën aan de orde. Namelijk het verhaal uit Marcus 1, waarin Jezus de doodzieke schoonmoeder van zijn leerling Simon bij de hand neemt en weer overeind helpt. Ook vele andere mensen brengen zieken en bezetenen naar Jezus toe. We trekken een parallel met een genezingsverhaal uit het Oude Testament: hierin ontfermt de profeet Elisa zich over een doodzieke en eigenlijk al doodgewaande jongen. Het leidt ertoe dat het kind toch weer zijn levenskracht terugkrijgt.