Het is een goede jaarlijkse traditie om op de zondag van Allerheiligen en/of Allerzielen (dit jaar valt Allerheiligen op zondag 1 november) aandacht te besteden aan mensen in onze nabijheid die we moeten missen, mensen die ons dierbaar waren maar die zijn overleden. In de Martinidiensten geven we hieraan vorm door een ieder in de gelegenheid te stellen een klein kaarsje aan te steken, met daarbij een dierbare overledene in gedachten. Hoe troostrijk kan het dan zijn, om al die lichtjes bij elkaar te zien, aangestoken aan het licht van de Paaskaars, symbool voor de Ene en Eeuwige, Bron van het Licht en van het Leven. Niemand zal vallen, of hij valt in Gods handen.
Duisternis bedekt de aarde en donkerte de naties, maar over jou schijnt de Heer, zijn luister is boven jou zichtbaar. In Jesaja 60 krijgen we alvast een profetische vooruitblik naar het nieuwe Jeruzalem. Apostel Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de gemeente van Thessaloniki hoopvolle en troostende woorden over wie ons zijn ontvallen en over ons die nog in leven zijn, als de Heer zal neerdalen uit de hemel. En de woorden die Jezus tijdens de Bergrede sprak, de zaligsprekingen, die zullen telkens opnieuw door ons herhaald worden: Zalig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God worden genoemd. Zalig wie worden vervolgd omwille van de gerechtigheid, want van hun is het Koninkrijk van de hemel.
Van harte welkom in de Martinidienst op zondag 1 november 2026 om 11:30 uur. Met voorganger Jaap Goorhuis, organist Henk de Vries en een zanggroep bestaande uit Jeannette de Bock, Fred Blaauw, Martin de Bruijn en Bert Ballast.
► Download hier alvast de liturgie.
► De viering wordt zondagochtend vanaf 11:30 uur live gestreamd via het Kerkdienst-gemist kanaal van de Protestantse Wijkgemeente, en ook na afloop kun je de dienst daar terugkijken.
De bestemming van de diaconale collecte is deze week Urgenda, de uitgangscollecte is voor de instandhouding van de Martinidiensten. Om hieraan bij te dragen kun je de QR-codes gebruiken, die je vindt in de liturgie op pagina 17.





