Winterdagje (41)

Zegen!

Woorden doen er toe. Dat bedoel ik zo letterlijk mogelijk. Woorden hebben altijd invloed, veranderen altijd iets aan de werkelijkheid, doen dingen. Theologisch gezegd: woorden hebben scheppende kracht. God spreekt dat er licht moet zijn, en er is licht (Genesis 1:3). Johannes pakt dit thema op in het begin van zijn evangelie; alles is ontstaan door het Woord.

God is niet de enige die spreekt, niet de enige die schept. Wij kunnen er ook wat van.

Woorden doen er toe. Daarom maakt het veel uit wat we zeggen en hoe we het zeggen. Spreken is scheppen, maar wat schep je? De gure wind van de agressieve taal op sociale media, de verloedering in het parlementaire debat, het brengt iets tot leven dat er voorheen niet was.

We hebben afgelopen week kunnen zien wat er gebeurt na vier jaar schaamteloos liegen. Je kunt daar niet zomaar je schouders over ophalen en denken ‘laat de gek begaan’. Er wordt namelijk ondertussen een parallelle werkelijkheid geschapen waar angst, woede en walging groeien en bloeien. Afgelopen week werden de giftige distels zichtbaar die al jaren geleden zijn ingezaaid.

Taal is nooit onschuldig. Toen ik vroeger als kind op het schoolplein werd uitgescholden was mijn verdediging: ‘schelden doet toch geen pijn, piskonijn’. Met andere woorden, mij raak je niet met je woorden. Maar ik wist wel beter. Schelden doet wel degelijk pijn, en daarom scheld je terug.

Psalm 12 is zich bewust van de impact van woorden. Het gaat in dit lied over tuig en schurken. Wat ze doen? Liegen en grootspraak houden. Hier tegenover staat het woord van de Heer: puur, als zilver in de smeltkroes, zevenmaal gezuiverd door de klei. Edelmetaal zandstralen, zo zuiver.

De naam Benedictus betekent de gezegende. Letterlijk betekent bene-dicere goed-spreken. Zegenen is dus goede woorden zeggen. Als je een kaartje stuurt, met goede woorden, dan zegen je. Je helpt God zo in het voltooien van Zijn schepping. Je schept namelijk iets nieuws door goede woorden te zaaien.

Als je een compliment maakt, dan zegen je.
Als je hoopvolle woorden spreekt, dan zegen je.
Als je onrecht benoemt dan zegen je.
Als je lieve woorden fluistert, dan zegen je.
Als je voor je naasten en de wereld bidt, dan zegen je.
Goede woorden zeggen is het tegengif dat het vergif van kwade woorden tenietdoet.

Wanneer we ons machteloos voelen, dan kun je altijd nog gaan zegenen.

Spreken is een oerkracht waar we voorzichtig mee moeten zijn. Het is zaad dat vroeg of laat op komt. Lastig voor mensen die werken in de kerk en dan ook nog eens een protestantse kerk. Want o, wat praten we graag en wat is het woord ons dierbaar. Maar het spreekwoord zegt niet voor niets: spreken is zilver, zwijgen is goud. Zwijgen is goud, dat klinkt goed in Groningen.

– Arjen Zijderveld