Herfstdagje (35)

Het is november, de ideale maand om te planten. De natuur lijkt zich naar binnen te keren, veel bomen en struiken verliezen nu het blad, na hun explosieve rode, bruine en groengele kleurenpracht. Aan het begin van deze week rijdt de vrachtwagen van de kwekerij ons erf op, het uitladen kan beginnen. Krentenbomen, meidoorn, appelbessen, een berk, een amberboom, sierappels, vlinderstruiken, planten en heesters, veel heesters. We hebben speciaal planten en heesters uitgekozen die veel vogels en insecten aantrekken.

En dan gaan we aan de slag met een groep van zes mensen, gaten graven in de zware kleigrond, oud puin eruit halen, het gat deels vullen met onze compost, dan de boom erin en de kleigrond terug scheppen vermengd met losse zwarte aarde.

Het is zwaar werk, we hebben een hele dag nodig om al het groen in de grond te krijgen. Maar wat is  het heerlijk om zo buiten bezig te zijn in de tuin met de nieuwe aanplant. Ik hoop dat het een paradijs mag worden voor de vogels en insecten!

Beeld van Franciscus van Assisi in de ‘Hof van Lof’, de tuin van het Minderbroedersklooster in Megen, Noord-Brabant. Foto: Tini Brugge (www.raadvankerken.nl)

Het is een voorrecht om zo te kunnen wonen op een grote lap grond en dit terrein om te vormen in een soort wilde tuin van Eden. Zo proberen wij in deze tijd van ecologische crisis een bescheiden bijdrage te leveren aan een groener leven. Eigenlijk door gewoon maar te beginnen met kleine stapjes, met iets wat je inspireert en waar je warm van wordt. Natuurlijk besef ik dat je hiermee de wereld niet kan redden, maar het doet goed om ergens aan te beginnen, in de hoop dat het aanstekelijk werkt voor anderen. En daarbij zing ik het Zonnelied van Franciscus van Assisi mee: “Wees geprezen, mijn Heer, om onze zuster aarde, die ons voedt en leidt en verscheidene vruchten voortbrengt met kleurrijke bloemen en kruiden.”

 Matty Metzlar

Herfstdagje (34)

Door de lockdown is mijn leven schraal geworden. Niet even bij collega’s langs, geen bezoek aan vrienden en familie, niet naar de bioscoop, niet uit eten, niet naar het café. Mijn leven is gereduceerd tot bidden en werken. Mijn enige uitje is op zondag naar de kerk en dat is ook verschraald: je mag niet zingen, er is geen collecte* en geen praatje bij de koffie. Na de dienst verlaten de kerkgangers in stilte snel de kerk.

‘De dingen zingen hoor ik zo graag’, deze zin zit al een week in mijn hoofd. Cabaretier Patrick Nederkoorn was te gast bij het programma De Verwondering met Annemiek Schrijver. Gasten mogen altijd een tekst meenemen die hen inspireert. De cabaretier koos voor een tekst van Rainer Maria Rilke.

“Ik ben zo bang voor het woord van de mensen. Zij spreken alles zo duidelijk uit. En dit heet hond en dat heet huis, en hier is het begin en het einde is daar.
Mij beangstigt ook hun denken, hun spel met de spot. Zij weten alles, wat wordt en was; geen berg is nog een wonder voor hen: hun tuin en goed grenst direct aan God.
Ik wil altijd waarschuwen en afweren: Blijf weg. De dingen zingen hoor ik zo graag. Raken jullie ze aan: zij zijn star en stom.”

Nederkoorn studeerde politicologie en theologie en was een tijdlang gemeenteraadslid. Nadat hij een aantal jaren actief was geweest in de politiek, merkte hij dat hij vooral bezig was met partijdiscipline en zich niet meer afvroeg wat hijzelf belangrijk vond. Vervolgens besloot hij de politiek vaarwel te zeggen en theater te gaan maken. Hierdoor kon hij de werkelijkheid op een andere manier benaderen.

Foto: Sharon den Adel, Uit Liefde voor Muziek

Op zondagochtend, voor mijn wekelijkse uitje naar de kerk, kijk ik graag op YouTube naar oude afleveringen van Uit Liefde voor Muziek, de Belgische variant van De Beste Zangers. Artiesten zitten bij elkaar, zingen elkaars nummers en steken die in een ander jasje. Vooral de uitvoeringen van K’s Choice, Sharon den Adel van de metalband Within Temptation en Jasper Steverlinck vond ik erg mooi. K’s Choice maakte een rustige uitvoering van een metalnummer van Within Temptation, omgekeerd maakte Sharon den Adel een stevige variant van een nummer van K’s Choice en Jasper Steverlinck toverde een simpel discoliedje om in een gevoelige ballad.

Het mooie van het programma vind ik dat je door de nieuwe uitvoeringen van de nummers anders naar de muziek gaat luisteren. Geregeld worden de originele artiesten ontroerd door de uitvoering van hun collega-artiest of verrassen ze zichzelf. Helmut Lotti zingt opeens een hardrocknummer of Ilse de Lange zingt voor de verandering in het Nederlands. (‘Het regent in mijn hart’ met lange Twentse eee’s.) Soms gaan ze ook een verrassende samenwerking aan, zoals Sharon den Adel en Jasper Steverlinck.

Muziek geeft een andere dimensie aan de werkelijkheid. Geen hond en huis, begin en einde maar nieuwe richtingen. In de kerk mag ik niet meezingen maar alleen in de auto zing ik uit volle borst.

 Tim Smid

Kijk en luister hier naar ‘My day will come’, uitgevoerd door Jasper Steverlinck.

* Redactionele noot: er is wel degelijk een collecte, wordt na afloop van de dienst coronaproof ingezameld en je kunt ook per bankoverschrijving hieraan bijdragen.

Herfstdagje (33)

Ik vond een appje van Tim en een mailtje van Evert Jan toen ik net mijn telefoon eens bekeek. Ik was jullie vergeten. Niet omdat het niet in mijn agenda stond, maar omdat mijn coronawereldje zo klein is, nog steeds, dat ik mijn agenda eigenlijk maar zelden nodig heb. Ik weet dat het vandaag vrijdag is omdat ik net in het kanaal lag voor een baantje zwemmen, maar verder staat er niet veel druk op mijn dag. Er gebeurt van alles, maar dingen gebeuren als ze gebeuren. De oorzaken zijn lastig: corona is uiteraard de oorzaak dat mijn man iedere dag op zijn hometrainer naar zijn werk fietst en vervolgens op de studeerkamer ruimteonderzoek poogt te verrichten. De zoon is best druk in het eerste jaar van zijn studie maar zijn pogingen er iets van te maken vinden plaats op zijn nieuwe kamer in Wageningen. Mijn dochter is het niet meer gelukt om na de schoolsluiting terug op school te beginnen en in haar wereld is het huis uit een opgaaf geworden.

Ik zag het graag allemaal anders, maar er zit ook schoonheid in iedere dag wakker worden en er gewoon zijn. In alle kleinheid genieten van de dingen die wel goed zijn. Zwemmen, het rondje met de hond, bellen met vrienden, dagelijks de zon vangen in een foto, naar de kerk gaan terwijl je de wc poetst ik mis de Martini maar ik kan een preek dus nog beter volgen als ik tegelijk de badkamer sop! Had ik zonder corona nooit uitgevonden.

Uiteraard staan er afspraken in mijn agenda en heb ik verplichtingen die gewoonweg moeten. Die dochter verdient een veel grotere wereld dan ze nu kan hebben, dus zorgafspraken zijn er genoeg. Maar ondertussen is er ook eindelijk tijd om alle boeken die na onze verbouwing in dozen op zolder stonden een nieuw huis te geven. En om, terwijl ik dat doe, een blik te werpen in dozen met eigen oud werk. In volkomen recalcitrantie tegen de toestand van de wereld en mijn gezin in, heb ik nog nooit zó lekker in mijn vel gezeten als ik nu doe en dat maakt het bekijken van vroegere prestaties een onverwacht genoegen. Ik heb mooie dingen geschreven in mijn leven en ik ga nog heel veel mooie dingen doen en dit jaar dobber ik in de gracht, bak koekjes met de dochter, schrijf en bel met vrienden en als Tim én Evert Jan hard genoeg schreeuwen, krijgt u een stukje van mij. Corona mag morgen over zijn maar het bracht me niet alleen maar narigheid! Vandaag scheen de zon weer prachtig!

 Marieke Laauwen

Herfstdagje (32)

Het is woensdagochtend, op dit moment worden de stemmen geteld in Amerika en ik luister naar muziek. Bob Dylan zingt voor mij en ik zing met hem mee: The times they are a-changin’:

Come senators, congressmen, please heed the call
Don’t stand in the doorway, don’t block up the hall (…)
The battle outside ragin’ will soon shake your windows and rattle your walls
For the times they are a-changin’.

Het lied raakt mij. Het is een van zijn meest beroemde protestsongs uit de jaren zestig, hij schreef het tegen de achtergrond van de Vietnamoorlog en de strijd tegen racisme. Ik was al jong een fan van Bob Dylan en ben dat altijd gebleven. Er gaan bij mij veel laatjes open nu ik hem weer hoor zingen met zijn nasale stem; zoals de herinnering dat ik op mijn vijftiende zijn muziek voor het eerst draaide, zo noemde je dat toen. Ik had toen een ouderwetse pick-up of platenspeler met een vaak stoffige naald. Mijn oudere zus had mij een cadeau gegeven, een lp ‘Bob Dylan Greatest Hits’. Het is een van de weinige lp’s uit mijn vroegere verzameling die gespaard is gebleven. Bij een verhuizing heb ik in een vlaag van opruimwoede bijna de hele collectie bij het grofvuil gezet, hoe dom kun je zijn en wat een spijt heb ik daar van! Maar Bob Dylan bleef bewaard, gelukkig.

En in deze roerige en spannende tijden zingt hij The times they are a-changin’, op zijn karakteristieke en melancholische wijze. En wat heeft dit rebelse en profetische lied een aanstekelijke werking, het is uitdagend en wekt moed en kracht op. Ik besef hoe verrassend en ook pijnlijk actueel zijn liedtekst is anno 2020.

In crisistijden van verwarring en onzekerheid kan een gevoel van angst of machteloosheid je overvallen, dat de problemen in de wereld onbeheersbaar blijken. En dan weet Dylan mij vanochtend op te porren met zijn lied. Ik hoor een boodschap in de trant van: weiger te geloven dat jij niets kan doen, weiger te geloven dat je met jouw leven en persoon, jou dromen en idealen geen verschil kan maken!

Come writers and critics who prophesize with your pen
And keep your eyes wide, the chance won’t come again (…)
For the loser now will be later to win
For the times they are a-changin’.

 Matty Metzlar

Herfstdagje (31)

Het moet inmiddels al wel tien jaar geleden zijn geweest. Mijn toenmalige vriendin inmiddels vrouw en ik stonden op het punt om zondagavond de trein naar Groningen te pakken. Bij het uitzwaaien zei m’n schoonmoeder: “Als je nog met oma belt deze week, vertel dan maar niet dat jullie veel met de trein reizen. Ze begint er de laatste tijd steeds weer over hoeveel ongelukken er gebeuren met de trein.” We knoopten het goed in onze oren voor de eerstvolgende keer dat we belden met oma.

Het duurde nog geen vijf minuten of het thema ‘gevaarlijke treinen’ werd van de andere kant van de lijjn opgeworpen. Ik vermoed dat we iets sussends hebben gezegd in de trant van “Nee hoor oma, we gaan misschien maar één keer per week met de trein, en we zullen heel goed uitkijken.” Je vraagt je af, wat valt er nu uit te kijken met treinreizen?

Behalve dat oma soms een beetje in de war begon te raken, stond de hele dag het NOS Journaal herhalingen uit te zenden. Er was inderdaad iets met een trein gebeurd die week, maar doordat oma dat nieuws waarschijnlijk tien keer op een dag hoorde werd het item voor haar opgeblazen tot gigantische proporties.

Nu kun je denken: oude vrouw, lichtelijk verward, kleine wereld, enzovoort. Toch denk ik dat er iets gebeurde met oma, waar wij in deze tijd ook last van kunnen hebben: het bombardement van nieuwsitems over corona, waardoor het thema misschien nog wel groter wordt dan dat het al is.

Het Noorderplantsoen in herfstkleuren. Foto: Stanzi Systra

Een bekende Zweedse meubelgigant heeft al tijden de leus ‘Aandacht maakt alles mooier’. Ja, denk ik dan, als het mooie dingen zijn wel ja. Maar aandacht maakt ook dingen lelijker. Soms, als je goed gaat kijken zie je pas hoe rot de dingen echt zijn. Oftewel: aandacht maakt dingen vooral groter. Dat gaat denk ik ook zeker op voor corona. Hoe meer je erover leest, hoe groter het wordt. En je vraagt je af, kun je het ook te groot en allesbepalend laten worden in je leven, zodat dat de aandacht voor allerlei andere dingen, die er toch ook toe doen, weg wordt gedrukt?

Je kunt je aandacht maar één keer uitgeven. Ik geloof dat deze tijd vraagt dat we bewust zelf beslissen waar we onze aandacht aan geven. Dat is op zich al een hele opgave in deze tijd. Extra reden om er bewust van te zijn.

Kent u Rik Torfs? Rik maak je de kop niet gek. Rik is een Belg, een trotse katholiek en een professor in Leuven. Rik heeft denk ik veel verstand van levenskunst, de kunst hoe je je dagen gelukkig en zinvol doorkomt. Professor Torfs stuurde afgelopen week een berichtje de wereld in: ‘De beste manier om de lockdown door te komen: informeer u elke dag kort, maar laat u niet meeslepen door de sombere, emotionele sfeer in de media. Lees een boek, denk aan anderen, maak een wandeling, leid uw eigen leven.

Ik heb me voorgenomen om wat meer regie te nemen over mijn aandacht. Minder TV/krant/internet. Meer naar buiten en vaker een boek. Het lijkt mij een veelbelovend medicijn als de dagen korter worden.

Arjen Zijderveld

Allerzielen 2020

Op zondag 1 november vieren wij in de Martinidienst de gedachtenis van de overledenen. Dit jaar zullen we in verband met het coronavirus een wat andere vorm kiezen voor het ritueel waarbij ieder persoonlijk uitgenodigd wordt om een kaarsje te ontsteken voor een dierbaar familielid of vriend(in).

Wij willen jullie vragen om namen aan te dragen van een dierbare overleden vriend(in), partner of familielid, iemand die in jouw persoonlijk leven een bijzondere plaats had en die je meedraagt in je hart. In de dienst zullen wij hun namen noemen, terwijl één van ons steeds een kaarsje ter gedachtenis zal ontsteken aan de Paaskaars. Iedereen is van harte uitgenodigd om een naam aan te dragen! Mail de namen die je wilt gedenken naar Matty Metzlar, voorganger in deze viering: mattymetzlar@gmail.com.

We zullen proberen deze bijzondere dienst ‘live’, dus om 11:30 uur, op internet te krijgen – nader bericht daarover volgt op deze website.

Herfstdagje (30)

Begin oktober reizen mijn vriendin en ik van het hoge noorden naar het uiterste zuiden van Nederland, we genieten van een lang weekend in Zuid-Limburg. Wat een prachtig wandelgebied is dat, het heuvellandschap en de vakwerkhuizen geven je direct een ‘buitenland-gevoel’.

Maastricht bezoeken wij op de zondagochtend, lekker rustig nog. De stadswandeling brengt ons in de Onze-Lieve-Vrouwekerk of ‘De Slevrouwe’ zoals men in Mestreech zegt. Het is een prachtige sfeervolle Romaanse kerk waar alle bezoekers stilstaan en een kaarsje branden bij het fraaie uit hout gesneden beeld van Maria Sterre der Zee. Maar mijn aandacht wordt nog meer getrokken naar het beeld dat direct bij binnenkomst in een nis staat, de heilige Christophorus, ‘Christusdrager’ betekent zijn naam, beschermheilige van de pelgrims en reizigers. Hij is één van mijn favoriete heiligen.

Een middeleeuwse legende vertelt over hem dat hij groot en sterk was als een reus, zijn naam was Reprobus, hij had het verlangen om de machtigste vorst op aarde te zoeken en te dienen. Maar op zijn zoektocht wordt hij keer op keer teleurgesteld. Dan ontmoet hij een oude kluizenaar die hem raad geeft: “Jij bent groot en sterk, ga bij die wilde, gevaarlijke rivier wonen en draag de reizigers veilig naar de overkant. En wacht ondertussen en heb geduld… wie mensen helpt, zal de machtigste koning vinden.”

Vele jaren is Reprobus een veerman zonder boot, hij is zelf een levende brug tussen beide oevers; met zijn staf als ondersteuning draagt hij vele mensen op zijn rug door het water naar de overkant. Hij is een levende verbinding geworden en leert zo wat verbondenheid betekent en dienstbaarheid.

Dan klinkt er in een nacht de stem van een kind, tot driemaal toe roept het en vraagt om overgezet te worden. Dat lijkt een gemakkelijke klus, maar met iedere stap die de reus Reprobus zet wordt het kind zwaarder, zo zwaar dat hij dreigt te bezwijken. Met enorme krachtsinspanning weet hij de andere oever te bereiken. Dan pas openbaart het kind zich als Christus: “Verwonder je niet dat ik zo zwaar weeg, want ik draag de last van de wereld… jij hebt in je arbeid bij de rivier mij gediend.” Het kind doopt hem in het water van de rivier en schenkt hem een nieuwe naam: Christophorus.

Ik vind het een ontroerende en troostende legende die iets uitbeeldt van onze eigen levensweg. Voor mij spiegelt Christophorus ook welke zuigkracht er uitgaat van datgene wat het sterkste en machtigste lijkt op aarde, een dwaalweg die ontmaskerd wordt door zijn ontmoeting met Christus. Wanneer hij het kind op zijn schouders neemt, is hij een Christusdrager geworden, een beeld dat ik verbind met Lied 601 (liedtekst van Huub Oosterhuis):

Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen
of ergens al de wereld daagt
waar mensen waardig leven mogen
en elk zijn naam in vrede draagt.

 Matty Metzlar

Herfstdagje (29)

Foto: Alex Wiersma

Op donderdagavond heb ik mijn wekelijkse verzetje: ik doe een cursus theatermaken bij Vrijdag, het vroegere Kunstencentrum. Even achter de laptop vandaan, op de fiets door het Noorderplantsoen naar het Prinsentheater. Ik houd mijn hart vast hoe lang dit nog kan maar tot nu toe gaat het gewoon door. In de eerste twee lessen ging het over inspiratie, in les drie en vier stond het gebruik van de ruimte centraal.

De opdracht van de vorige les was om één groot ding mee te nemen of veel van iets kleins. Ik haalde mijn oude smurfenverzameling van de zolder en in overleg met mijn medecursisten werden de blauwe wezentjes het onderwerp van een talkshow, waarin een voorstander en een tegenstander van de smurfen elkaar naar het leven stonden. The black-lives-matterdiscussie werd een blue lives matter. De discussie eindigde met twee tegenstanders die elkaar met smurfen bekogelden. Een andere cursist vertelde heel poëtisch met een oude wereldbol voor zich in welke landen ze allemaal geweest was en welke plekken nog op haar verlanglijstje stonden. Duitsland was nog verdeeld in een westelijk en oostelijk deel, de Sovjetunie bestond nog en Tsjechoslowakije was nog één land. Door de jaren heen was een eiland van de wereldbol verdwenen en Argentinië uitgeveegd… Een ander duo had van lucifers en waxinelichtjes allemaal spelletjes gemaakt: een sjoelbak, tafelvoetbal, Triviant (het waxinelichtje was in partjes gebroken) en een toren van lucifers.

Na zo’n avond ga ik voldaan naar huis, enthousiast over zoveel creativiteit. De cursus laat je op een andere manier naar dingen kijken: met een paar stoelen, een tafel en een paar zakjes chips ontstaat al een scène, een stapel stoelen leidt tot een stoelendans. Door voorwerpen uit hun context te halen en in een andere omgeving te plaatsen ontstaat een andere blik op de werkelijkheid.

Zo zag ik ook de kindervoorstelling ‘Vaar mee op de Ark van Noach’ in de Nieuwe Kerk. Kinderen mochten zich verkleden als hun lievelingsdier en hun knuffel meenemen, die meevoer in de ark. De kerk werd een schip, een ouderling met een gieter werd Noach, getrommel op de banken werd een regenbui. Het toneelspel werd ondersteund door animaties op een groot scherm. Kinderen keken met open mond toe.

Voorstelling ‘Snorro’ in het Prinsentheater Groningen (2012). Foto: Wendy Eggen

In de loop der jaren heb ik al de gekste rollen gespeeld: van baby tot overspelige echtgenoot, van buikspreekpop tot generaal. In een voorstelling in het kerkje van Woltersum brachten we twee vroeg overleden kinderen weer tot leven en in een andere voorstelling vertolkte ik als alter ego de ware gevoelens en gedachten van een overspelige man. Theater biedt de mogelijkheid om even in de huid van een ander te kruipen en uit het alledaagse leven te stappen. Vooral in coronatijd, waar weinig kan en er door het thuiswerken weinig interactie is, is het verfrissend om je zinnen te blijven verzetten. Spelen verruimt je geest.

 Tim Smid

Herfstdagje (28)

“Wat vond je leuk toen je een kind was”, vroeg iemand me ooit toen ik als begin veertiger weer eens wanhopig op zoek was naar wat ik wilde met mijn leven. Het is een interessante vraag en ik leef gelukkig al een leven dat vrij dicht bij mijn jeugd gebleven is. Ik struin elke dag met mijn hond door de natuur, ik schrijf nog steeds brieven en verhaaltjes, er is altijd een boek, alle Marie Kondo boeken ten spijt verzamel ik nog steeds en ik speel nog steeds vadertje en moedertje al is dat al 18 jaar niet meer ‘doe alsof’ maar ‘voor het echie’.

Toen, een half jaar geleden alweer, corona ons leven overhoopgooide, had ik dus niet zo veel aan de tips om corona te overleven. Ik wandelde al iedere dag. Ik bakte maar wat vaker brood, las iets minder dystopische jeugdboeken en iets meer: ‘alles komt goed boeken’ van Ierse schrijfsters. Langzaamaan ging ik wel steeds vaker zuchten. Zeker toen het in augustus doordrong dat we hier niet zomaar weer mee klaar zouden zijn.

“Dat deed ik toen ik acht was: zwemmen”, dacht ik toen een vriendin terloops half augustus zei: “ik ga zo nog even het water in bij het stadsstrand.” Sinds dat moment lig ik drie à vier keer in de week in het Oosterhamrikkanaal. Ik heb een bloedhekel aan sport, maar buiten zwemmen is geen sport. Het is meditatie, natuur en de wereld uit een heel ander perspectief bekijken.

Ik zag liggend in het water een reiger met een scheef oog naar me kijken. Vier jonge veel te laat geboren eendjes die nieuwsgierig naar me toe zwommen. Visjes die boven het water uitsprongen en afgelopen maandag vloog er een ijsvogel langs mijn hoofd verderop de rietkraag in.

Op de terugweg heb ik, vanuit het water, zicht op zowel de Nieuwe Kerk als de Martinitoren en dat is passend. Zwemmen is meer kerk dan sport voor mij. De man zegt dat ik minder zucht. Het is al oktober en het water wordt venijnig koud. Dus als u straks twee veertigers in een wetsuit in het kanaal ziet liggen, dan zijn wij dat. Het voelt te goed om op te geven, alleen omdat het toevallig al herfst is!

Marieke Laauwen

Nazomerdagje (27)

U had nog een Zomerdagje van mij tegoed. Twee weken geleden wist ik het even niet. Het weer was grijs, ik was alweer een aantal weken aan het werk en er was nog geen uitzicht op het moment dat ik weer naar kantoor kon. (Dat is er overigens nog steeds niet.) Daar zat ik, weer een dag aan de achterkamertafel achter mijn laptop. ‘Waar doe ik het voor?’, vroeg ik me af. Teksten produceren voor een website en nieuwsbrieven, waarvan het de vraag is of ze wel gelezen worden. Hoe lang nog? Een Zomerdagje moet opbeurend zijn, een hart onder de riem. Het gaat dus niet over een grijze straat en een eenzame ambtenaar achter zijn laptop. Het Zomerdagje bleef achterwege…

Kort daarna was de eerste Martinidienst van het seizoen, de eerste live in de kerk, op anderhalve meter afstand. De lezing was uit 1 Koningen, waar God Salomo in een droom verschijnt. “Vraag wat je wilt en ik geef het je”, zegt God. Salomo antwoordt bescheiden: “Ik ben nog zo jong en ik heb geen ervaring. Geef mij wijsheid.” Ik moest denken aan de woorden van Marianne Williamson uit ‘Onze diepste angst’ tijdens de inauguratie van Nelson Mandela: “We vragen onszelf af: wie ben ik om briljant, slim, talentvol en prachtig te zijn”.

Ik zat weer even achter de laptop. Wie ben ik? Ik werk alleen aan mijn achterkamertafel voor een grote organisatie in een kleine provincie in een klein land. Wat draag ik eigenlijk bij aan deze wereld? Ik vind geen medicijn tegen corona, want ik ben geen arts. Ik houd de economische crisis niet tegen en ik kan de vluchtelingencrisis niet oplossen. Ik schrijf af en toe een stukje en steek daarmee iemand een hart onder de riem. Dat is het dan.

“Je bent een kind van God”, zegt Marianne Williamson. “Je dient de wereld niet met valse bescheidenheid. (…) We zijn allemaal bedoeld om te stralen, zoals kinderen dat doen. We zijn geboren om de glorie van God die in ons is tot uitdrukking te brengen. Dit is niet slechts weggelegd voor een enkeling van ons, maar voor ons allen. Als we ons eigen licht laten schijnen, geven we onbewust anderen de vrijheid dit ook te doen. Wanneer we bevrijd zijn van onze angst, zal onze aanwezigheid automatisch anderen bevrijden.”

We zijn er allemaal om de glorie van God tot uitdrukking te brengen, we moeten allemaal ons eigen licht laten schijnen. Ik lees dat als: al onze kleine lichtjes vormen één keten van licht. Al die eenlingen achter hun laptop vormen één netwerk. Ik ben niet de enige: achter een ander raam zit ook iemand te typen. Het is een troostende gedachte dat we allemaal in het klein onze bijdrage aan de wereld leveren, ook al is die soms bescheiden. En ook fijn om je te realiseren dat de grote koning Salomo ook zijn twijfels kende.

Onze diepste angst – Marianne Williamson

Onze diepste angst is niet dat we onvolmaakt zijn.
Onze diepste angst is dat we immens krachtig zijn.

Het is ons licht, niet ons duister dat ons het meest beangstigt.
We vragen onszelf af:
Wie ben ik, om briljant, slim, talentvol en prachtig te zijn?

Maar waarom niet?! Je bent een kind van God.
Je dient de wereld niet met valse bescheidenheid.

Er is niets verhevens in jezelf klein te maken,
zodat andere mensen zich niet onzeker zullen voelen.

We zijn allemaal bedoeld om te stralen, zoals kinderen dat doen.
We zijn geboren om de glorie van God, die in ons is, tot uitdrukking te brengen.
Dit is niet slechts weggelegd voor een enkeling van ons,
maar voor ons allen.

Als we ons eigen licht laten schijnen,
geven we onbewust anderen de vrijheid dit ook te doen.

 Tim Smid