Aan de slag in Toentje

Gisterochtend hebben, op initiatief van de Werkgroep Diaconaat (WGD), een aantal Martinigangers een paar uurtjes nuttig werk verricht in Toentje. Dit is de tuin in de Oosterparkwijk waar met de inzet van vrijwilligers diverse groenten worden geteeld, en waarvan de opbrengst ten goede komt aan de voedselbank. Het veldje met zonnebloemen in wording wordt niet meer overwoekerd door ander ongewenst groen, en ook in de bedden met uien en andere gewassen is onkruid gewied. Hierbij een paar foto’s van deze zaterdagochtend.

Terugblik inzegening Jasja en Jesmar

Vorige week zondag, op de vierde zondag van Advent, vond in een goed bezochte dienst de intrede en inzegening plaats van Jasja Nottelman als studentenpastor en Jesmar Jonker als ouderling-kerkelijk werker voor het GSp.

Bert Ballast verzorgde de livestream; de opname is nog enige tijd terug te kijken op Youtube (zie de link in het aankondigingsbericht van deze viering). Sieka Berkhout heeft foto’s gemaakt, en met een kleine selectie uit die fotoserie blikken we hier nog even terug op de dienst van 19 december.

Terugblik afscheid Matty

Op zondag 10 oktober jl. ging Matty Metzlar voor de laatste keer voor in de Martinidienst, waarna we ruimhartig aandacht besteed hebben aan haar afscheid. De video van de live gestreamde dienst zal nog enige tijd beschikbaar blijven om terug te kijken op Youtube.

Met een selectie uit de vele foto’s die Sieka Berkhout heeft gemaakt van deze viering en de daarop volgende afscheidsbijeenkomst, blikken we nog eenmaal terug:

Schnitgerfestival 2021

Zondag 17 oktober 2021 is er geen reguliere Martinidienst om 11:30 uur. Wij maken dan plaats voor het Schnitgerfestival, meer bepaald voor de Stedelijke Cantatedienst die onderdeel is van het programma van het Schnitgerfestival. Deze dienst, met uiteraard volop orgelmuziek, begint om 10:00 uur. Meer info vindt u hier.

Zondag 24 oktober is onze eerstvolgende reguliere Martinidienst met voorganger Tiemo Meijlink.

Afscheid Matty Metzlar op 10 oktober 2021

Sinds 31 augustus 1997 is Matty Metzlar als studentenpastor verbonden aan het Groninger Studentenplatform voor Levensbeschouwing (GSp). Zij heeft te kennen gegeven met ingang van 1 november 2021 haar werkzaamheden te willen beëindigen.

Op zondag 10 oktober 2021 zal Matty voor de laatste keer voorgaan in de Martinidienst. Deze dienst begint om 11:30 uur in de Martinikerk te Groningen. Direct aansluitend op de viering nemen we tijdens een informele lunch afscheid van Matty.

Graag nodigen wij belangstellenden uit de viering bij te wonen en deel te nemen aan de lunch en afscheidsbijeenkomst. Als je op de uitnodiging in wilt gaan, geef je gegevens dan uiterlijk op 8 oktober door via het online aanmeldformulier. Dit is van belang voor de catering, alsmede voor een eventueel contactonderzoek vanwege corona. De gegevens worden niet langer bewaard dan strikt noodzakelijk voor dit doel. Op de pagina van het aanmeldformulier vind je ook nadere informatie met betrekking tot het afscheid.

Zomerdagje (62/slot)

Dag Zomerdagje!

Dit wordt het laatste Zomerdagje. Ik wens iedereen een mooie zomer toe. Met wegwaaiende muizenissen. Met spontane gesprekken op een bankje in het park. Met weer dat zich een beetje gedraagt. Zon, wind en water, maak het niet te gek! Want we willen naar buiten na die lange lockdown. We willen voelen hoe het ook al weer was om open te gaan. Laat dit laatste Zomerdagje het startsein zijn voor een onvergetelijke zomer. Zonder nieuwe beperkende maatregelen.

Op 15 maart vorig jaar schreef ik mijn eerste Alledagje. ‘Voor elke dag, zo lang het coronavirus het leven ontregelt, een hart onder de riem gestoken,’  stond erboven. ‘Weet wat je belooft,’ zei een collega, ‘je moet het ook waar kunnen maken. Wie weet hoe lang dit duren gaat.’ Hij kreeg gelijk. Het duurde en het duurde maar. Een hart onder de riem steken is maatwerk. Iemand moed inspreken lukt alleen als je weet hoe de ander er aan toe is en als jij bereid bent zelf niet op de kant te blijven zitten. Voor elke dag is dat best veel gevraagd, zelfs als je met zijn tweeën bent.

Het werd herkend. Tim Smid en Matty Metzlar kwamen er bij. Het Alledagje werd een Zomerdagje. De naamsverandering schiep de ruimte om af te schalen (ook zo’n relikwie uit coronatijd) naar twee keer in de week. Dat ging gelijk op met het gevoel dat het ergste wel eens achter de rug kon zijn. Te vroeg gejuicht. Het Zomerdagje werd een Herfstdagje. Alexandra Matz, Arjen Zijderveld, Erwin Landman en Marieke Laauwen sprongen bij als gastcolumnisten. Maar toen het Herfstdagje een Winterdagje werd schreven we allemaal om de beurt. En daar bleef het niet bij. Joanneke Smeenk en Wouke Mollema voegden zich in de kring. Het werd lente!

Nu zit ik hier dubbel gevaccineerd aan mijn laatste Zomerdagje. ‘Weet wat je belooft. Je moet het ook waar kunnen maken. Wie weet hoe lang dit duren gaat.’ De collega heeft gelijk gekregen. Ik kon het niet waar maken: ‘Voor elke dag, zo lang het coronavirus het leven ontregelt, een hart onder de riem gestoken.’ Maar sommige dingen worden pas waar, als je ze niet waar kunt maken. Dan pas ontdek je hoezeer je op elkaar bent aangewezen. Samen is het ons gelukt om steeds opnieuw een hart onder de riem te steken. Bij elkaar en bij zo veel lezers. Hoe kwetsbaar was het. En hoe kostbaar. Het zijn er in totaal (op de site van de Nieuwe Kerk) 181 geworden. Een dagboek van een gekke tijd. En als blijkt dat we te vroeg hebben gejuicht omdat deze tijd nog gekker is dan we al dachten, dan weten we elkaar opnieuw te vinden.

– Evert Jan Veldman

Zomerdagje (61)

De ongerechtigheid der vaderen

Ik vind het leuk om me te verdiepen in mijn familiegeschiedenis. Het grootste gedeelte van mijn familie leefde eeuwenlang in Groningen. Tegenwoordig kan je via wiewaswie.nl en allegroningers.nl vrijwel alle geboorte-, trouw- en sterfaktes digitaal vinden. Zo vond ik de geboorteakte van oma Els met mooie klassieke krulletters van mijn overgrootvader. Mijn meeste voorvaders waren smid of bakker of werkten op het land maar tussen al die namen kwam ik ook de chique naam van Balthasar Lijphart tegen. Hij was kapitein ter zee. Zijn zoon Onno werd in 1682 in de Martinikerk gedoopt. Meer dan 300 jaar later deed ik in diezelfde kerk belijdenis, trouwde ik er en bezoek ik nog geregeld de diensten.

Toen ik een tijd geleden in de Martinikerk kwam, viel mij in een van de ramen het wapen van de familie Lijphart op. Op het wapen stonden verschillende zwarte hoofden afgebeeld. Slaven? Zou mijn voorvader kapitein zijn geweest op een schip dat slaven vervoerde?

Als ik dit schrijf is het Keti Koti, de jaarlijks terugkerende Surinaamse feestdag om de afschaffing van de slavernij te vieren op 1 juli 1863. Bij deze dag wordt ook in Nederland steeds meer stil gestaan. Burgemeester Halsema bood namens de gemeente Amsterdam haar excuses aan voor de rol die de stad speelde in de slavenhandel. Onze voorouders speelden een niet al te frisse rol in deze geschiedenis en profiteerden flink van de slavenhandel. Mogelijk míjn voorouders ook…

Bijna 160 jaar na de afschaffing van de slavernij vraag ik mij af of ik mij nog schuldig moet voelen voor de handelswijze van mijn voorouders. Ik voel dat niet zo. Ik heb ze nooit gekend en ik had niets kunnen doen om hen op andere gedachten te brengen. Het was een totaal andere tijd en het is maar sterk de vraag of ze naar de wijze raad van een eenvoudige provincieambtenaar hadden geluisterd…

Wat kunnen we nu nog met die geschiedenis? Toen ik laatst nogmaals in de Martinikerk was, viel mij het nieuwste schilderij van Egbert Modderman op. Op het schilderij staat een zwarte man die een uitgeputte witte man te drinken geeft. Het is een moderne barmhartige Samaritaan. De donkere man heeft een waardige, trotse blik.

Voor mij is dit een mooie aanvulling op het verleden in de kerkramen van de Martinikerk. We kunnen het verleden niet uitwissen, maar we kunnen er wel elementen aan toevoegen. De man van kleur krijgt een waardige plek in de kerk en eist zijn plaats op in de geschiedenis.

Onze stadsdichter Myron Hamming (ook van kleur) zegt het zo:

“tijd kabbelt stilletjes voorbij en vergaat
Voor ons allemaal hetzelfde
Maar het verschil en daarmee het samenkomen
Schuilt in het terugblikken
In het samen vooruit durven kijken
Het beleven en het doorvertellen
Van dorp en Stad. (…)

Groninger ben je ontegenzeggelijk
Ongeacht de plek van je eerste thuis
Ongeacht een kleur of tint
Ongeacht van waar je kwam
Ongeacht de weg die je ook maar bracht.
Ongeacht hoeveel tijd je hier hebt liggen (…)”

– Tim Smid

Zomerdagje (60)

Met de eerste prik in mijn arm voelt het alsof de wereld op het punt van veranderen staat. Rationeel weet ik dat de wereld niet ineens weer normaal is als die tweede er ook in zit – bij mij thuis bijvoorbeeld is corona niet het enige dat het allemaal even anders maakt – maar een mijlpaal is het wel!

Met een prik voel ik me al ietsje veiliger en dus besloten een vriendin en ik onze woensdagse zwemsessie weer uit te breiden naar hoe we het vorige zomer deden. Eerst naar het Stadsklooster en dan het kanaal in. Zielzorg met een plons! Ik was laat bij haar en toen we net onderweg waren, moesten we terug. Mondkapje vergeten. We fietsten stevig door en waren om 1 over 9 bij de Lutherse Kerk. Precies op tijd om nog even aan een dichte deur te rammelen. Dat hele ‘op tijd’ ergens zijn is ook wel een heel erg 2019 concept natuurlijk.

Een kop koffie ergens drinken zat er niet in want een portemonnee hadden we ook niet bij ons. Bovendien we gingen bidden… Dus deden we wat we in alle coronaperikelen al eerder gedaan hebben en fietsten naar de St. Jozefkathedraal want de katholieken zijn altijd open.

Wist u dat de kathedraal van binnen in de steigers staat? Rustig was het er niet maar om de hoek vonden we toch wat rust in onszelf bij het Piëtabeeld. Een gebed uit mezelf halen was te veel gevraagd in een bouwplaats maar weesgegroetjes lukte wel!

In het water hebben we er nog eens hard om gelachen. Dat hele heropenen is nog best ingewikkeld! Volgende week proberen we het nog eens en soms is het feit dat je het probeert al heel wat!

– Marieke Laauwen

Zomerdagje (59)

Donderdagavond was zo’n avond die ik me herinner uit m’n jeugd. Een warme plakkerige zomeravond, Oranje die voetbalt op een eindtoernooi, beelden van versierde straten en mensen bijeengepakt bij elkaar uitgedost in vrolijk oranje. WA en Máxima op de tribune.

Het lijkt wel of we de afgelopen anderhalve week een andere wereld zijn ingestapt. De combinatie van een niet tegenvallende resultaten van de nationale ploeg, besmettingscijfers die werkelijk gekelderd zijn en het vaccinatietempo waar we misschien ook Europees kampioen mee kunnen worden zorgen voor een totaal ander sentiment. Een andere blik op de wereld.

En dan heb ik het nog niet eens over de lonkende zomer waarin we weer op vakantie kunnen, elkaar kunnen ontmoeten, kerkdiensten met veel meer gemeenteleden mogelijk lijken en de mondkapjes af kunnen.

Dit is een tijd van voorpret. Voorpret omdat we inmiddels echt geloven dat we het ergste achter ons hebben. Of dat zo is weten we natuurlijk niet, en het zal ook niet voor iedereen gelden. Ik denk aan mensen die hun bedrijf zagen instorten, die geliefden verloren of zij die te maken hebben met de symptomen van long-covid. Bovendien, wie weet wat de langetermijngevolgen zijn van deze pandemie?

Maar ondanks al die onzekerheden is het de hoop op een betere tijd die de sfeer tekent. Ik vraag mij af, doen wij in de kerk ook niet zoiets? Proberen we niet met andere verhalen, een andere kijk op de wereld, onszelf en elkaar eraan te herinneren dat de wereld niet samenvalt met hoe we die ervaren?

Binnenkort wordt onze dochter gedoopt. Over voorpret gesproken. Ds. Pieter Versloot wil binnenkort van ons weten wat onze motivatie is voor de doop. Waarom doen we zulke dingen in de kerk en met onze kinderen of als volwassenen? Verandert de wereld er door? Niet per se. De doopformule is geen toverspreuk. Verandert God er door? Ook niet, ik geloof niet in nood-doop. Ik denk, wat er vooral verandert is onze blik op de wereld en op onze dochter. We weten dat ze van God is, maar soms moet je het ook even zien.

Er zit iets sacramenteels in alle oranjefeesten. We zien, proeven en ervaren dat het de goede kant op gaat. En dat pakt niemand ons af, ook niet als de Duitsers, let op mijn woorden, de Duitsers, het feestje komen verstieren.

– Arjen Zijderveld

Lentedagje (of zomerdagje?) (58)

Ik mag een zomerdagje schrijven! Het lijkt of we in één keer, van nog bijna winterse temperaturen, in één nacht de zomer zijn ingegaan. Heerlijk! Jurkjes, blote benen en in mijn geval laarzen, leren handschoenen en een overall met gazen kap.

Als imker sta je in het lekkerste weer iedere dag in warme kleren. Het was bijna de hele lente te koud om mijn kasten te openen, dus dit weekend moest alles tegelijkertijd. Ik had een mooi plan gemaakt en als altijd fietsten de bijen er dwars doorheen. Het begon vrijdag met een zwermmelding. Ik en een vriendin schepten twee zwermpjes en ik gebruikte voor het eerst mijn strokorf. Vooral mooi toen ik de zwerm in het donker ging ophalen (je haalt ze op als alle bijen binnen zijn) en ik met die korf op mijn fiets richting huis ging.

Ik controleerde mijn eigen volken en zette een gekregen volk op een nieuwe kast om naar de boomgaard van een vriendin te verhuizen. Het was druk en heerlijk.

Maandagmiddag had ik dan toch uren achter mijn laptop gepland, maar toen appte een imkervriendinnetje. Ze moest er even uit. Had ik thee? Bij dat afschuwelijke ongeluk in Borger zondagavond kwamen twee leden van haar wandelclub om. In de afgelopen twee jaar kwam er al twee keer iemand van diezelfde club van oorspronkelijke 15 leden in het verkeer om. We dronken thee en toen deed ik wat we doen bij verdriet en onrust. Ik stelde voor om toch even een kast te gaan openmaken.

‘Weet je het zeker?’, vroeg ze. ’Wie weet, kost het je een goede moer’. Vorig jaar toen mijn vriend in zijn death watch cel heel slecht nieuws gehad en ik het even helemaal niet meer zag zitten, nam ze mij mee naar de bijen. Want in de bijen kun je niet piekeren. Het is hier en nu en al je zintuigen lopen vol met het geluid, de geur, de beweging van bijen. Het geeft rust en focus. Maar soms gaat het mis Vorig jaar merkten we een prachtige nieuwe koningin. En toen bij het weer uit het vangkooitje laten lopen, kwam ze vast te zitten en ging dood. Mijn vriendin was zo boos op zichzelf. Ik nam je mee om je te troosten en nu heb ik die koningin gewoon geëxecuteerd. Ik heb tranen gelachen en we hielden elkaar, in de tweede week van de allereerste lockdown toch even vast.

Gisteren ging alles goed. We werkten, we keken en we vergaten even alles wat niet deugt in de wereld. Imkeren is hard werken maar soms is het ook rust, schoonheid en troost!

– Marieke Laauwen