Halverwege de veertigdagentijd, op Zondag Laetare, heeft de viering altijd een wat vrolijker toonzetting dan in de rest van deze bezinningsperiode voorafgaand aan Pasen.
De lezingen uit het Oude en Nieuwe Testament zijn gekozen bij het thema brood, dat ieder mens nodig heeft om te leven. Zoals het volk Israël tijdens het veertig jaar durend verblijf in de woestijn leefde van het hemels brood, ‘manna‘, zo mochten ze bij het bereiken van het beloofde land Kanaän eten van de graanopbrengst van dat land, en de ongedesemde broden bakken die verbonden zijn aan het pesachoffer.
Volgelingen van Jezus, die in groten getale zijn toegestroomd, worden gevoed met de vijf broden en de twee vissen die één jongen heeft meegebracht. En dat blijkt ruimschoots voldoende voor iedereen, te oordelen naar de manden met de overgebleven stukken brood. Ook in de Martinidienst delen we ruimhartig met elkaar van wat ons gegeven wordt: brood en wijn, tot gedachtenis van Hem die gezegd heeft: “Ik ben het brood dat leven geeft” (Johannes 6:48).
Evert Jan Veldman gaat voor in deze dienst op 11 maart om 11:30 uur. Met medewerking van het Koor van het GSp onder leiding van Ton Tromp. De pianist is Jan de Roos.

De vastentijd stelt kritische vragen aan ons: wij bezinnen ons op leefstijl en leefpatronen, waar leef je van, uit welke bronnen put jij, wat hebben wij echt nodig en wat kunnen wij delen met elkaar. Ten aanzien van alle scheefgroei tussen arm en rijk heeft Gandhi eens gezegd: “Op deze aarde is genoeg voor ieders behoeften, maar niet voor ieders hebzucht”.
In de eerste zondag van de Veertigdagentijd in de aanloop naar Pasen 2018, op zondag 18 februari, lezen we gedeelten uit de oudste geschiedenisvertelling van het joodse volk, uit het boek Genesis, waarin het verhaal van de zondvloed centraal staat: de vloed die veertig dagen lang de aarde overstroomde terwijl Noach met zijn gezin en dieren in de Ark verbleef. En uit het Marcusevangelie lezen we over het verblijf van Jezus in de woestijn, veertig dagen lang, waar hij door Satan op de proef werd gesteld.
Je kunt barmhartigheid op vele manieren geven en ontvangen. Maar dit laatste botst ook wel eens met onze – zelf opgelegde – zelfstandigheid van ‘alles zelf kunnen’. Aan de andere kant word je ook wel eens over het hoofd gezien of ‘niet gezien zoals je bent’.
In de Martinidienst van de vijfde zondag van Epifanie, op 4 februari 2018 om 11:30 uur, komt een van de vele genezingsverhalen uit de evangeliën aan de orde. Namelijk het verhaal uit Marcus 1, waarin Jezus de doodzieke schoonmoeder van zijn leerling Simon bij de hand neemt en weer overeind helpt. Ook vele andere mensen brengen zieken en bezetenen naar Jezus toe. We trekken een parallel met een genezingsverhaal uit het Oude Testament: hierin ontfermt de profeet Elisa zich over een doodzieke en eigenlijk al doodgewaande jongen. Het leidt ertoe dat het kind toch weer zijn levenskracht terugkrijgt.